Wil je weten in welk sprongetje je kind zit?


Baby-sprongetjes
Wat een geluk. Je kan het niet op. Je bent papa geworden en er gaat een hele nieuwe wereld voor je open. Maar wat groeit die kleine toch ontzettend snel. Zo snel dat je het nog niet door hebt of je baby gaat door een fase heen die je misschien zelf nog niet eens gezien had. Deze fases noemen we sprongen. Je baby’tje maakt gemiddeld genomen acht van deze sprongen in zijn eerste levensjaar door.

Een sprong is een onderdeel van de mentale ontwikkeling van je kindje. In deze sprongen zul je zien dat er vaak verschillende patronen terug komen. Dat is ook niet zo gek, want door hun ontwikkeling veranderd er ontzettend veel. Heb je in het eerste jaar het gevoel dat je kindje opeens erg moeilijk is, hangerig, huilerig, drammerig, dan is er een grote kans dat je kindje door een mentale ontwikkeling doorgaat. Een troost, dit gedrag is vaak tijdelijk en wordt opgevolgd door een vaak vrolijk en heel ander kindje. Een kindje dat zijn nieuw geleerde vaardigheden graag in de praktijk wil brengen.

Welke sprongen maakt je kind door?
De acht sprongen die je kindje in zijn eerste jaar doormaakt zijn een logische opeenvolgingen van mentale ontwikkelingen, waardoor je kindje logischer gaat nadenken, verbanden gaat zien, en gedrag kan gaan kopiëren. De meeste baby’s maken ongeveer dezelfde ontwikkeling door in hun eerste jaar en daardoor kan een globale schatting gegeven worden van wanneer deze sprongetjes plaats vinden:

  • Sprong 1 Rond 5 weken Zintuigen
  • Sprong 2 Rond 8 weken Patronen
  • Sprong 3 Rond 12 weken Vloeiende Overgangen
  • Sprong 4 Rond 19 weken 1+1=3
  • Sprong 5 Rond 26 weken Verbanden
  • Sprong 6 Rond 37 weken Categorieën
  • Sprong 7 Rond 46 weken Opeenvolging
  • Sprong 8 Rond 55 weken Programma’s

De sprongen worden normaal begonnen rond dezelfde periode. Deze periode wordt gemeten vanaf de uitgerekende week en niet vanaf de werkelijke geboorte. Hou daar dus rekening mee met een vroeg geboorte of als je baby’tje misschien de 14 extra dagen heeft afgewacht voor hij komt.

De sprongen uitgelegd:

Sprong 1: Zintuigen
Je zal merken dat in de eerste weken na de geboorte, je kleintje heel erg bezig is met de primaire behoeftes en minder met wat er om hem heen gebeurd. Maar rond de 5 weken zal je merken dat er verandering ontstaat. Je baby’tje kan inmiddels verder zien dan de eerste twintig à dertig centimeter die hij kon zien bij zijn geboorte. Je baby’tje gaat om zich heen kijken en is overal geïnteresseerd in.

Dat betekent dus ook dat je baby geinteresseerd is in jou en wat je allemaal aan het doen bent. Je zal merken dat je kleine op je gaat letten en je gaat volgen. Grote kans dat de kleine er ook op gaat reageren. Bovendien zijn de traanbuizen op dit moment helemaal ontwikkeld en maakt je baby’tje genoeg traanvocht aan om ook echt te huilen. Doordat ook de darmen van je kleintje verder zijn ontwikkeld, is de kans groot dat je baby minder last zal hebben van krampjes. Waar je voor moet waken in deze periode, is dat je kleintje niet overprikkeld wordt. Alles is heel interessant, maar zorg ervoor dat hij ook kan genieten van rust. En kijk naar je kindje. Je kindje vindt het prachtig om je te zien!

Sprong 2: Patronen
De tweede sprong volgt redelijk snel op de eerste sprong. Je baby ontwikkeld zich ook heel snel in de eerste maanden. Tijdens de tweede sprong zal je kindje leren dat alles om hen heen niet zomaar gebeurd. Je kindje zal merken dat er bepaalde patronen zitten in handelingen, maar ook in fysieke voorwerpen. Je kindje raakt geïnteresseerd in wat hij zelf kan doen mijn zijn lichaam en beseft dat als hij met zijn handje of voetje beweegt, dat hij dat ook echt zelf doet. In deze periode zal je ook merken dat je kindje leert wat hij met zijn gezicht kan. Lachen, boos kijken, grimassen trekken en geluid maken. Je kindje zal waarschijnlijke voor het eerst wat gebrabbel laten horen. In deze periode zal het goed zijn om je kindje nieuwe prikkels te geven en niet altijd op dezelfde plek neer te leggen. Ook kan je je kleintje speelgoed geven wat hij kan vasthouden in zijn handjes. Vergeet ook niet veel te praten tegen je kindje. Je baby zal er graag op reageren.

Sprong 3: Vloeiende overgangen
Je zal in deze periode merken dat je kindje wat vloeiender gaat bewegen. Vandaar dat deze sprong ook vloeiende overgangen wordt genoemd. Eerst bewoog je kindje nog wat houterig en moest hij nog verbanden ondervinden tussen het denken en het doen bewegen, maar dat gaat nu al een stuk beter. Je zal je kindje vaker horen, want zijn stem ontwikkeld goed. Ook zal je kindje in deze periode nog meer naar je kijken. Hij volgt je geluiden en je bewegingen. Daarom is het ook goed om tijdens deze periode je kindje te stimuleren met speelgoed. Denk aan een rammelaar geven of gebruiken en voor zijn gezicht houden. Praat veel met je kindje in deze periode, zodat hij leert om verschillende geluiden op te vangen en te reproduceren. Je kindje zal het trouwens ook geweldig vinden om met jou samen te bewegen. Vliegtuigje spelen waarbij je kindje het vliegtuig is, zal hij helemaal geweldig vinden. Hij ziet veel en voelt veel en leert de bewegingen kennen van het op en neer gaan.

Sprong 4: 1+1=3
Je baby’tje bewoog in sprong drie nog vloeiender en leerde ook vloeiender waarnemen, maar in sprong vier gaat je kindje leren om verschillende waarnemingen aan elkaar te koppelen. Het zullen nog niet hele lange overgangen zijn, maar je kindje zal wel gebeurtenissen beter gaan begrijpen. Denk aan het klappen van de handen. Je kindje zal kunnen gaan koppelen dat het bewegen van de

handen tegen elkaar de klap veroorzaakt wanneer ze tegen elkaar aan komen en er is een grote kans dat je kleintje het gaat proberen na te doen. Het zal misschien nog niet allemaal helemaal vloeiend gaan, maar het begin van het kopieergedrag van de kleine is er. Ook zal je kindje in deze periode makkelijker speelgoed kunnen pakken en ermee kunnen zwaaien, juist omdat hij leert hoe 1+1, 2 is. Nouja…je kindje zal nog niet alles begrijpen, maar met 1+1=3 zit hij al aardig in de buurt.

In deze fase is het goed om je kindje te stimuleren met bewegingen en geluid. Kinderliedjes zingen, waarbij bewegingen horen zijn een goed voorbeeld. Ook kan je ze in deze periode leren dat ze iets kunnen afgeven en weer terug krijgen. Grote kans dat in deze fase je kindje ook echt gaat reageren op zijn naam.

Sprong 5: verbanden
Je kindje is inmiddels ongeveer een half jaar oud. Je zal merken dat de fases minder vaak achter elkaar gaan komen, maar toch blijven ze nog intensief. Tijdens deze sprong gaat je kindje leren om verbanden te trekken tussen dingen. Waar je baby’tje eerst nog oorzaak en gevolg enigszins kon onderscheiden, gaat je kindje nu ook meer begrijpen hoe dat in verband staat. Hij gaat leren dat er geluid komt als je op een knopje drukt. Hij gaat leren dat je speelgoed altijd op dezelfde plek legt, zodat hij het daar kan vinden. Een ander lastig aspect van deze fase is dat je kindje zich meer bewust gaat zijn van afstand. Het kan daardoor zijn dat je kindje ineens begint te huilen als je wegloopt. Daarom is het handig om tijdens deze sprong te beginnen met rituelen, zodat hij beter leert kennen wat er gebeurd. Hierbij moet je denken aan vaste ritmes voor naar bed gaan of wanneer er gegeten moet gaan worden. Tip is dus ook om activiteiten volgens een vast ritme te doen. Speel vaak kiekeboe met je kindje. Je kindje zal het leuk vinden, maar ook leer hij dat je er ook nog bent terwijl hij je niet kan zien.

Sprong 6: Categorieën
Tijdens deze sprong zal je kindje gaan leren om dingen in hokjes te plaatsen. Het categoriseren van bijvoorbeeld dieren, mensen en voorwerpen. Maar ook tussen speelgoed en geen speelgoed. Meubels, vloer en muren. Je kindje zal gaan onderzoeken wat waarbij hoort en waarom. Hij zal proberen te ontdekken hoe voorwerpen heten en waar ze voor dienen. Wat ze doen en bij welke categorie ze vallen. Je kindje zal onderscheid kunnen maken tussen verschillende voorwerpen of
dieren met dezelfde kleur. Tijdens deze fase is het goed om samen met je kindje te kijken naar voorwerpen. Gebruik bijvoorbeeld boekjes om aan te wijzen wat iets is en leg uit waarvoor het dient. Benoem het zodat je kindje begrijpt waar je het over hebt. Je kindje zal steeds meer interesse krijgen in de wereld. Ga lekker samen op pas en laat hem de wereld zien. Geef complimenten als je kindje iets goed doet, je zal merken dat je kindje daar gemotiveerd door raakt en de actie gaat herhalen.

Sprong 7: Opeenvolging
Weet je nog dat je kindje verbanden begon te zien. Relaties tussen verschillende acties begon te ontdekken? In deze periode zal je kindje leren om die vaardigheden te bundelen. Hierdoor leert je kindje te zien dat gebeurtenissen elkaar op kunnen volgen. Hij kan er beter mee leren omgaan en de acties zelf ook proberen uit te voeren. Een goed voorbeeld is het zelf willen eten. Doordat je kindje heeft kunnen zien wat er allemaal gebeurd voor wanneer je hem voert, zal hij het zelf ook willen
herhalen. Het pakken van een lepel, het opscheppen van de puree op zijn bordje, de lepel naar de mond brengen en het er ook daadwerkelijk in doen.
Je kindje snapt wat hij moet doen, maar het kan zijn dat het nog niet allemaal even makkelijk gaat. Dat is ook logisch, help en stuur bij waar nodig. En wees niet bang voor eten op zijn gezicht, kleding of zijn mond. Het is voor je kindje een goede manier om te leren hoe hij de acties opeen moet volgen om te krijgen wat hij wil. En wees nou eerlijk: het is toch ook machtig mooi om te zien dat je kindje
hartstikke goed zijn best doet met zijn gezicht die besmeurd is met wortel of biet.

Tip in deze fase is dan ook je kindje de ruimte te geven om dingen zelf te doen, maar sturing te bieden waar nodig. Maak handelingen kleiner en oefen ze een voor een. Dus met een vorkje in een boontje prikken of het met een lepel opscheppen van puree ipv ook alles gelijk in zijn mondje stoppen. Gedurende deze fase gaat je kindje steeds meer zelf leren te doen.

Sprong 8: Programma’s
Deze sprong hangt een beetje aan de rand van zijn eerste verjaardag. Omdat deze sprong niet helemaal vast staat op 55 weken, wordt hij toch genoemd. Bovendien zal je merken dat deze fase iets langer duurt en vaak al begint tussen week 50 en week 54. In de vorige fase leerde je kindje om opeenvolgende handelingen uit te voeren, maar was het soms nog wel erg moeilijk om een heel programma aan handelingen uit te voeren. In deze periode zal je merken dat je kindje dat steeds vaker gaat lukken. En dat niet alleen, als je bezig bent met je veel voorkomende handelingen, zal je kleintje je gaan proberen te helpen. Hij zal zijn voetjes omhoog doen bij het aankleden, zodat je makkelijker zijn broek aan kan trekken. Je kleintje zal dus merken dat een compleet programma kan worden uitgevoerd. Je kindje zal zien dat
het aan tafel gaan, het eten opscheppen, en het eten zelf een heel programma is en zal alles het liefst zelf willen doen.

Verder zal je kleintje steeds meer interesse hebben in nieuwe voorwerpen. Denk bijvoorbeeld aan voorwerpen die jij vaak vast hebt, maar je kindje eigenlijk nooit. Een glas, afstandsbediening of telefoon zijn maar enkele voorbeelden. Ook zal je kindje zijn best doen om jouw handelingen te herhalen. Geef je hem de afstandsbediening, grote kans dat hij op knopjes gaat drukken om de tv aan te zetten of een ander programma te kiezen. Een keukentje voor je kleine is nu ook erg leuk, mits de kleine al een beetje kan staan en lopen. Je kleintje zal je tenslotte gaan proberen na te doen. Er is allemaal fantastisch speelgoed dat lijkt op alledaagse gebruiksartikelen en je kindje zal het fantastisch vinden om jou na te gaan doen hiermee.

Geef je kids vooral de ruimte om dat te doen, want wat jij doet, is wat zij ook willen doen. Jij bent hun grote voorbeeld.

Inloggen met